2 Kronieken 21:12 Toen kwam
er een schrijven tot hem (Joram) van de profeet Elia,…
2 Kronieken 21:1 Josafat ging
bij zijn vaderen te ruste en werd begraven bij zijn vaderen in de stad
Davids; zijn zoon Joram werd koning in zijn plaats. 2 Zijn broeders, de
zonen van Josafat, waren: Azarja, Jechiël, Zekarja, Azarjahu, Michaël
en Sefatja. Deze allen waren zonen van Josafat, de koning van Israël.
3 Hun vader had hun vele geschenken gegeven, bestaande uit zilver, goud
en kostbaarheden, benevens vestingsteden in Juda; maar het koningschap
had hij gegeven aan Joram, want deze was de eerstgeborene.
4 Toen Joram het koningschap
van zijn vader aanvaard had en zich krachtig gevoelde, doodde hij al zijn
broeders met het zwaard en ook enige oversten van Israël.
5 Joram was tweeëndertig
jaar oud, toen hij koning werd, en hij regeerde acht jaar te Jeruzalem.
6 Hij wandelde in de weg der koningen van Israël, zoals het huis
van Achab gedaan had, want hij had een dochter van Achab tot vrouw en
deed wat kwaad is in de ogen des HEREN. 7 Maar de HERE wilde het huis
Davids niet verdelgen, ter wille van het verbond dat Hij met David gesloten
had, en omdat Hij gezegd had, dat Hij hem en zijn zonen altijd een lamp
zou geven.
8 In zijn dagen onttrokken de Edomieten zich aan de macht van Juda en
stelden een koning over zich aan.
9 Toen trok Joram
met zijn oversten en met al de wagens op, en nadat hij zich in de nacht
gereedgemaakt had, versloeg hij de Edomieten die hem en de wagenoversten
omsingeld hadden.
10 Toch onttrok Edom
zich aan de macht van Juda tot op de huidige dag. Toen onttrok zich ook
Libna aan zijn macht, in diezelfde tijd, want hij had de HERE, de God
zijner vaderen, verlaten.
11 Ook hij maakte offerhoogten op de bergen van Juda, hij bracht de inwoners
van Jeruzalem tot afgoderij en verleidde Juda.
12 Toen kwam er
een schrijven tot hem van de profeet Elia, dat luidde: Zó zegt
de HERE, de God van uw vader David: omdat gij niet gewandeld hebt in de
wegen van uw vader Josafat en van Asa, de koning van Juda, 13 maar gewandeld
hebt in de weg der koningen van Israël, en Juda en de inwoners van
Jeruzalem tot afgoderij hebt gebracht naar het voorbeeld van het huis
Achabs, ja, omdat gij ook uw broeders, het gezin van uw vader, hebt gedood,
terwijl zij beter waren dan gij – 14 zie, de HERE zal uw volk, uw
zonen, uw vrouwen en al uw have zeer zwaar treffen; 15 en gij zelf zult
aan een ernstige ziekte lijden, een ingewandsziekte, totdat na verloop
van tijd uw ingewanden ten gevolge van de ziekte naar buiten komen.
2 Kronieken 21:12 Toen kwam
er een schrijven tot hem (Joram) van de profeet Elia,…
Een chronologisch probleem stelt zich bij het lezen van bovenvermeld Bijbelcitaat.
Wanneer koning Joram van Juda een schrijven van de profeet Elia ontvangt,
dan blijkt schijnbaar chronologisch gezien dat de profeet al meer dan
zeven jaar van deze aarde verwijderd is. Ik schrijf opzettelijk verwijderd
omdat de profeet Elia niet gestorven is maar met ‘chariots of fire’
naar de hemel van God is weggevoerd. Volgens de ‘Legends of the
Jews’ stelt dit geen probleem, zij laten de profeet vanuit hun hemelse
paradijs een brief aan Joram schrijven. Dit is echter niet wat de Bijbel
algemeen betreffende de Opstanding leert, maar is ontleent van de Grieken.
In de vierde eeuw voor Christus ging het gebied van Israël over in
Griekse handen en invloed. De veldslag bij Issus in 333 v. Chr. tussen
de legers van Alexander de Grote en die van de Pers Darius III bezegelde
ook het lot van Juda en zag de start van de hellenisering van de oude
wereld. Ook de Joden bleven niet bewaard van het Griekse denken. In de
derde eeuw voor Christus werd in Egypte onder het bewind van de Hellenistische
koning Ptolemeüs II, de Thora door Joodse Schriftgeleerden naar het
Grieks vertaald. Later volgden de overige boeken van het Oude Testament
plus boeken die in wezen niet in de Joodse Bijbel thuishoren (niet geïnspireerd)
zoals de boeken 1 en 2 Makkabeeën e.a. Het zijn deze laatste boeken
die het Griekse geloof in een hiernamaals en een hiernazijn leren. De
Grieken geloofden dat bij de dood een mens naar Hades ging. De Bijbel
echter belooft een opstanding in een toekomstig nog te herstellen paradijs.
In de Bijbel is de dood een vijand. Wanneer Paulus in Athene op de Areopagus
voor de eerste maal daar het evangelie verkondigde (zie Handelingen hoofdstuk
17) was de belofte van een toekomstige Opstanding iets waarvan de Grieken
nog nooit gehoord hadden. Verwarrend was in de Septuagint het gebruik
van het Griekse woord Hades als vertaling voor het Hebreeuwse woord dat
graf voorstelt. Op korte tijd ontstond de traditie van een leven na de
dood met interactiemogelijkheid tussen levenden en zogenaamde doden. Vooral
de Rooms-katholieke kerk leert deze traditie dogmatisch. Maar ook in de
Joodse overlevering vond dit denken ingang. Hierna het citaat:
Legends of the Jews by Louis
Ginzberg:
“Elijah's removal from earth, so far being an interruption to his
relations with men, rather marks the beginning of his real activity as
a helper in time of need, as a teacher and as a guide. At first his intervention
in sublunar affairs was not frequent. Seven years after his translation,
(43) he wrote a letter to the wicked king Jehoram, who reigned over Judah.”
De Bijbelse Encyclopedie KOK
echter leert het volgende:
“Meer dan zeven jaar na de hemelvaart van Elia ging een schrijven
van hem naar de goddeloze koning Joram van Juda, waarin de Here hem een
zwaar oordeel aankondigt wegens zijn afgoderij en de moord op zijn familieleden,
2 Kron. 21:12-15. Wij hebben dus in deze brief te doen met een profetie,
door Elia zelf op schrift gesteld.”
Bijbelse Encyclopedie J.H.KOK – KAMPEN, 1975
Beide verklaringen zijn overbodig
wanneer we een logische chronologische oplossing zoeken. Een en ander
maakte ik al duidelijk in ‘Genesis versus Egyptologie’. Zie
de hierna vermelde link:
Koning Joram van Juda
was al tot co-regent met zijn vader Josafat aangesteld wanneer deze laatste
ten strijde trok tegen de Arameeërs in de slag bij Ramoth Gilead
in 889 v. Chr. (zie
schema 24) Ook
in Israël werd de zoon van Achab, de geallieerde van Josafat in deze
strijd, als coregent benoemd. Dit was dan koning Ahazia die kort regeerde
zoals het hierna vermelde Bijbelcitaat leert:
2 Koningen 1:1 Moab viel na
Achabs dood van Israël af. 2 Achazja viel door het traliewerk van
zijn bovenvertrek te Samaria, en hij werd ziek. Toen zond hij boden uit
en beval hun: Gaat Baäl-Zebub, de god van Ekron, raadplegen, of ik
van deze ziekte zal herstellen. 3 Maar de Engel des HEREN sprak tot de
Tisbiet Elia: Sta op, ga de boden van de koning van Samaria tegemoet en
zeg tot hen: Is er dan geen God in Israël, dat gij Baäl-Zebub,
de god van Ekron, gaat raadplegen? 4 Daarom, zo zegt de HERE: Van het
bed waarop gij zijt komen te liggen, zult gij niet afkomen, maar gij zult
voorzeker sterven. En Elia ging heen. ….
…. 15 Toen sprak
de Engel des HEREN tot Elia: Daal met hem af, vrees niet voor hem. En
hij stond op en daalde met hem af naar de koning. 16 En hij sprak tot
hem: Zo zegt de HERE: aangezien gij boden gezonden hebt om Baäl-Zebub,
de god van Ekron, te raadplegen – is er dan geen God in Israël,
wiens woord gij kunt raadplegen? – daarom zult gij van het bed waarop
gij zijt komen te liggen, niet afkomen, maar gij zult voorzeker sterven.
17 Zo stierf hij volgens het woord des HEREN, dat Elia gesproken had;
en Joram werd koning in zijn plaats in het tweede jaar van Joram, de
zoon van Josafat,de koning van Juda; want hij had
geen zoon.
Vers 17 leert klaar en duidelijk
dat de opvolger van Ahazia in het tienstammenrijk, koning werd in het
tweede jaar van Joram van Juda, de zoon van Josafat. En dit past chronologisch
alleen in het tweede jaar van het coregentschap van Joram van Juda. De
conclusie is dat de moordpartij door Joram van Juda aangericht zoals 2
Kronieken 21 leert: “4 Toen Joram het koningschap van zijn vader
aanvaard had en zich krachtig gevoelde, doodde hij al zijn broeders met
het zwaard en ook enige oversten van Israël. “, tijdens zijn
regeerperiode als coregent plaatsvond. Het was toen dat een nog niet opgenomen
profeet Elia hem een brief schreef. Of hoe belangrijk de studie van exacte
chronologie is.