Het is de verankering
van de jaartallen van deze dynastie en dan vooral van de regeringsduur
van farao Djozer met de bijbelse gegevens over de oudvaders van Israël
die bepalend is voor een groot deel van de reconstructie van het Oude
Rijk.
Van farao Djozer is er tijdens de Ptolemaeïsche tijd een inscriptie
(illustratie
4) gemaakt over een hongersnood die Egypte teisterde en zeven
jaar duurde. De vergelijking met de vermelding in het boek Genesis van
de Bijbel over de zevenjarige hongersnood van Jozef is frappant en het
kan haast niet anders dan dat beide vermeldingen over één
en dezelfde periode handelen en een eenmalig feit weergeven. Hongersnood
was een fenomeen dat in het vruchtbare land Egypte haast niet voorkwam.
De enkele vermeldingen over hongersnoden zijn dan ook alle terug te voeren
naar de periode die de Bijbel ten tijde van Jozef beschrijft. Wanneer
daarenboven er zowel in Egyptische als Hebreeuwse bronnen over een tijd
van zeven jaar gesproken wordt, dwingen deze gegevens ons tot een hernieuwd
schikken van de Egyptische koningslijsten, maar dan verankerd met historische
bijbelse gegevens.
Het bijbelse kader waarbinnen de derde Egyptische dynastie moet passen
is:
Vanaf de Exodus met daarna het geven van de Thora of de Wet aan Israël
liggen er 430 jaar tot aan de belofte van de HERE God aan Abraham . Dit
brengt ons in het jaar 1913 voor Christus. Flavius Josephus maakt ons
duidelijk dat deze periode in twee schijven van 215 jaar te verdelen is;
het tweede gedeelte speelt zich in Egypte af. In 1698 voor Christus kwam
Jakob met zijn zonen en familie, 75 personen in totaal, in Egypte aan.
Zij waren uitgenodigd door Jozef, Jakobs elfde en tevens lievelingszoon,
die op dat moment onderkoning of grootvizier van Egypte was. Jakob was
op dat moment 130 jaar oud en de hongersnood teisterde reeds twee jaar
de wereld. De bijbelse hongersnood van zeven jaar heeft zodoende de jaren
1700 tot 1693 voor Christus. De zeven jaar van overvloed gaan van 1707,
het jaar dat Jozef dertig jaar oud was en onderkoning van Egypte werd,
tot 1700 voor Christus wanneer de hongersnood aanvangt.
Het was in zijn 18de jaar dat farao Djozer vermeldt dat deze hongersnood
voorbij was. Het 18de jaar van Djozer was 1693/1692 voor Christus en dit
jaar wordt dus een ankerpunt voor de hele dynastie.
Manetho geeft ons via Africanus de volgende lijst van Griekse namen van
alle koningen van zijn derde dynastie:
Manetho
Africanus
Monumenten
Abydos/Sakkara
Necherophes 28
Sa-nekht-Nebka
Teta
Tosorthros =
Djozer 29
Neter-khet
Zeser Setches
Tyris 7
Mesokhris 17
Soyphis 16
Sechemchet
?
Tosentasis 19
Aches 42
Sephuris 30
Chaba
Aches
Kerpheres 26
Hoeni
Tchersersa
Africanus geeft negen
koningen op die in totaal 214 jaar regeren. Van de meeste namen van deze
negen koningen is echter archeologisch weinig of niets bekend. Men neemt
aan, op basis van de monumenten die Egypte rijk is, dat slechts vijf koningen
in aanmerking komen. En op basis van de Abydoslijst hebben we met vier
koningen rekening te houden.
De stichter was dan Sanekht of Nekherofes die 28 jaar regeerde, waarna
hij opgevolgd werd door Djozer die 29 jaar regeerde. Door de verankering
van Djozer’s ‘18de jaar’ met het einde van de hongersnood
bekomen we volgende jaartallen voor de derde dynastie:
De conventionele geschiedschrijving
heeft voor Djozer de jaren 2668/2649 voor Christus: een verschil van 958
jaar voor het begin van Djozer’s regering. Eén van beide
constructies zit dus glansrijk fout. Verantwoordelijke voor het plaatsen
van de regering van Farao Djozer in 2600 v. Chr. is, zoals ik reeds aangetoond
heb, Eduard Meyer. Het is opmerkelijk dat recente radiocarbon- ouderdomstesten
van gedeelten van de mummie van Djozer een veel jongere datum voor de
farao opleverden . Er wordt melding gemaakt van ‘vele’ eeuwen!
Voor mij is dit een bewijs dat ik op het juiste spoor zit. Fundamenteel
vasthouden aan de bijbel als historisch betrouwbaar is altijd lonend.
De grootvizier van Djozer was Imhotep,
en menig onderzoeker stelde reeds dat Imhotep de bijbelse Jozef, zoon
van Jakob en onderkoning van Egypte was! Imhotep, wat betekent ‘Hij
die komt in vrede’, was de meest geliefde vizier van heel Egypte.
Een ambt waar hij aan de basis van ligt. Later werd hij in Egypte niet
alleen de patroon van menig ambacht, maar ook een legendarisch en vergoddelijkt
figuur. Zijn naam en titels, die kunnen gevonden worden op monumenten
in Egypte, geven te kennen welke hoge positie hij als niet-koninklijke
Egyptenaar bezat: hij was Opzichter over de Zieners wat hem verbindt met
de ziener-priesters van On; verder was hij onderkoning, de Eerste voor
de Koning, Architect. Zijn mummie is nooit gevonden! Dit is niet zo verwonderlijk,
als we bedenken dat de Israëlieten ten tijde van de exodus het gebeente
van Jozef meenamen.
Imhotep was ook de architect van de eerste piramide in Egypte, de zogenaamde
trap-piramide van Djozer. Deze piramide werd door de Egyptenaren met ‘ri’
aangeduid, wat ‘trap naar de hemel’ betekent. Is het niet
boeiend om hier mogelijk de droom van Jakob, de vader van Jozef als basis
in te herkennen? Jakob droomde te Bethel een droom van een ladder waarvan
de top tot aan de hemel reikte, met engelen die op en neder daalden .
Ook het hemelse Jeruzalem dat beschreven wordt in het laatste boek van
de bijbel Openbaring 21 kan wat vorm betreft als piramide gezien worden.
Later is het occulte op Egypte neergedaald en daardoor is deze materie,
wanneer verkeerd geïnterpreteerd, gevaarlijk. In het begin echter
zijn Egypte en de farao door de HERE God van Israël gezegend. Jakob,
de aartsvader, zegende Farao, staat er geschreven in Genesis en door het
handelen van Jozef werd Egypte van de hongerdood gered. Het land Gosen
waar Israël zich mocht vestigen is tot een zegen geworden. Ver weg
van het zondige Kanaän kon Israël daar tot een volk uitgroeien.
Over het tempelcomplex van Djozer te Sakkara kunnen we verder vernemen
dat de egyptologen vermoeden dat deze tempel en piramide zonder plan en
dus experimenteel gebouwd moet geweest zijn. Geen enkele Egyptische bron
stond model, noch heeft de constructie enig effect gehad op latere Egyptische
doden- of godentempels! De naam Imhotep zou ook Ptah-hotep kunnen zijn.
De betekenis is dezelfde: “Kom in vrede”. Van Ptah-hotep zijn
er saga’s bewaard gebleven uit de derde dynastie.
Ptah-hotep leefde 110 jaar: dezelfde leeftijd die de bijbel aan Jozef
toekent. Jozef wordt in de bijbel ook met de Egyptische plaats On of Heliopolis
in verband gebracht . Hij was namelijk getrouwd met de dochter van Potifera,
priester van On en overste van de lijfwacht van de farao. On was het centrum
van verering van de Egyptische god Ra of Re, de zonnegod.
Het boek Genesis vermeldt dat Farao aan Jozef een nieuwe naam gaf; Safenat
Paneach. De betekenis hiervan blijft onduidelijk maar meer dan waarschijnlijk
betekend het “Behouder van het leven”
Jozef was dertig jaar toen hij onderkoning van Egypte werd. In de bijbel
de leeftijd voor een levietische priester.
In het Nieuwe Testament kunnen we in het boek Handelingen in het relaas
van Stefanus’ verdediging God’s doel met de lotgevallen van
Jozef lezen:
“...en Izak verwekte Jakob en Jakob de twaalf aartsvaders. En de
aartsvaders verkochten uit naijver Jozef naar Egypte, maar God was met
hem, en verloste hem uit al zijn verdrukkingen en gaf hem genade en wijsheid
tegenover Farao, de koning van Egypte, die hem aanstelde tot hoofd over
Egypte en over zijn gehele huis. En er kwam hongersnood over geheel Egypte
en Kanaän en grote verdrukking, en onze vaderen vonden geen voedsel...”
Er is nog een aanwijzing
dat de bijbelse farao van de hongersnood Djozer was! In de Haggada uit
de Joods-Rabbijnse literatuur wordt ons verteld dat toen Jozef farao’s
droom uitlegde, de koning om een teken vroeg waardoor hij zou weten dat
de verklaring waar was. Jozef vertelde hem dat de koningin, die op het
punt stond te bevallen, een zoon zou baren die de volgende farao zou zijn.
De farao -naar mijn overtuiging Djozer van de IIIde dynastie- was verbaasd
dit te horen, aangezien hij al een twee jaar oude zoon had die hem, bij
een normale gang van zaken, als farao zou opvolgen. Jozef verklaarde echter
dat zijn zoon zou sterven en dat de jongste de toekomstige farao zou worden.
In het graf van Djozer, de beroemde trappiramide, is een mooie albasten
grafkist gevonden met daarin de resten van een kind van ongeveer acht
jaar oud.
Een andere begrafenis beschrijft de bijbel met de dood van de aartsvader
Jacob. Deze werd namelijk naar Egyptische gebruik gemummificeerd en daarop
naar Kanaan gebracht ter bijzetting in de spelonk in het veld Machpela
nabij Mamre. De bijbel leert uitdrukkelijk dat de balseming van het lichaam
van Jacob naar Egyptisch gebruik geschiedde. De balseming duurde 40 dagen
en 70 dagen hebben de Egyptenaren hem beweend. Dit zijn dezelfde getallen
die Herodotos ons meedeelt wanneer hij de Egyptische gewoonten betreffende
mummificeren in zijn werk neerschreef.
Moest ooit het lichaam van Jacob in Israël, door archeologen, gevonden
worden dan zal de mummie, naar mijn mening, van de derde dynastie blijken
te zijn. Het was ten tijde van deze dynastie trouwens dat met de praktijk
van het mummificeren begonnen werd . Van de farao’s van de 1ste
en 2de dynastie werden tot op heden geen lichamen teruggevonden.
De Egyptologie
en Jozef
Volgens de gangbare geschiedschrijving plaatst men Jozef in Egypte ten
tijde van de tweede tussenperiode, wanneer de Hyksos over Egypte regeerden.
Het is een periode waar weinig over geweten is en men neemt aan dat ten
tijde van de Aziatische overheersing van Egypte er ruimte was voor iemand
zoals Jozef.
Deze plaatsing op de tijdsbalk geeft wel problemen met enkele historische
feiten die gekend moet zijn.
Zo vereerden de Hyksos de afgod Seth . De Hyksos verkozen deze godheid
boven alle andere goden van Egypte wiens erediensten ook vervolgd werden.
De bijbel leert echter dat Jozef gehuwd was met Asnath, de dochter van
Potifera, de priester van On. Deze plaats On, in het Grieks Heliopolis
genoemd, was het middelpunt van de Egyptische eredienst van de zonnegod
Re.
Een belangrijk argument, volgens mij, tegen de plaatsing van Jozef op
de tijdsbalk ten tijde van de Hyksos. Ik kan me geen eredienst van de
god Re ten tijde van deze niets ontziende vreemde heersers voorstellen.